“Voorkom dat culturele interventies losse flodders in de wijk blijven”
Sandra Trienekens is als professor Toegepaste Wetenschappen verbonden aan de Hogeschool van Amsterdam (HvA), geaffilieerd met de Universiteit van Amsterdam en onafhankelijk onderzoekster.
Verwijzingen naar de kracht en meerwaarde van culturele interventies in stedelijke veranderingsprocessen lopen als een rode lijn door de geleefde ervaringen van de betrokkenen bij KantineOost die hiervoor aan het woord kwamen. Tezamen vertellen zij dit verhaal:
Door een open, vrije houding, waaruit belangstelling voor de ander spreekt en die niet problematiseert of veroordeelt, weten de kunstenaars van het 5eKwartier de wijk langzaam voor zich te winnen. Daarbij morrelen ze aan conventies, vergroten ze de belevingswereld van betrokkenen. Ze confronteren de ander op een respectvolle manier, houden een spiegel voor. Dit werkt soms ontroerend, altijd geeft het mensen een betekenisvolle ervaring. Tegelijkertijd traint het bewoners en professionals in openheid, het uitstellen van het oordeel. Ze brengen bewoners en lokale organisaties daadwerkelijk samen. Dit komt door bovengenoemde open houding, de manier waarop ze de wijk(bewoners) tegemoet treden én door de onconventionele werkwijzen die ze ontwikkelen. Werkwijzen die er in het geval van het Haarlemse Parkwijk blijkbaar beter in slagen om bewoners te betrekken en lokale partijen samen te laten werken, dan interventies uit niet-culturele hoek.
Deze Haarlemse ervaring komt sterk overeen met wat mijn collega’s en ik concludeerden nadat we uitgebreid onderzoek verrichtten naar 3 culturele interventies in Amsterdamse Krachtwijken: [1] de meerwaarde van culturele interventies schuilt in hun verbindende kracht; in de effecten die ze sorteren en als gevolg daarvan in hun complementaire werking aan andere beleidsagenda’s; en in het platform dat ze bieden om nieuwe werkwijzen te onderzoeken, onder meer om bewoners te betrekken en waarachtige inspraak te geven. De kunst in deze interventies is het creatief inspelen op en vertalen van de behoeften van de buurt(bewoners). Of dit nu leidt tot bomenplanten, theaterproducties of beiden, zoals bij KantineOost, centraal staat het creatieve van het proces.
Nu die meerwaarde op steeds meer plaatsen wordt vastgesteld, welke consequenties moet dit dan hebben voor stedelijke vernieuwingspraktijk? Ons inziens betekent het dat – bij voorkeur vanaf het begin van een stedelijk vernieuwingstraject – kunstenaars(collectieven) deel zouden moeten zijn van het team dat het traject vormgeeft, om de expertise van onder meer corporaties, stedenbouwkundigen, architecten en (deel)gemeenten aan te vullen vanuit hun eigen artistieke kwaliteiten. Zoals ook de betrokkenen van KantineOost scherp zagen, manifesteren die kwaliteiten zich ten minste op de volgende vlakken: het betrekken van bewoners, het bevragen van routines, het trachten grenzen te verleggen van wat mogelijk geacht wordt, en het ontwikkelen van nieuwe werkvormen die de betrokken partijen laten ervaren hoe het anders kan. De kunstenaars(collectieven) zijn niet leidend in het proces, maar vormen gelijkwaardige partners in een team waarin heldere procesafspraken zijn gemaakt. Voor het geval dit teveel als ambtenarentaal klinkt, formuleer ik het ook nog zo: voorkom dat culturele interventies losse flodders in de wijk blijven, die een hoop beweging en betrokkenheid genereren die niet (kunnen) doordringen tot de partijen die over de lokale ontwikkelingen beslissen en dat regelmatig doen over de hoofden heen van degenen die de gevolgen van die beslissingen dagelijks zullen gaan ondervinden. Én, zoals ook wethouder Van Doorn terecht opmerkt: zorg voor continuïteit. Vertrouwen winnen, ware betrokkenheid genereren en waarachtige inspraak bevechten doe je niet van vandaag op morgen. Dat vraagt om duurzame aanwezigheid.
Een dergelijk denken over de rol van kunst in de stedelijke vernieuwingspraktijk sluit aan bij de in Nederland immer luidere roep om een mentaliteitsverandering en om andere werkwijzen in deze praktijk. Uit steeds meer hoeken klinkt de wens om af te rekenen met de idee van de maakbare buurt, waarvan de verbetering vanuit een centraal punt kan worden vormgegeven. Een dergelijk denken over de rol van kunst in de stedelijke vernieuwingspraktijk sluit eveneens aan bij de internationale ervaring die inmiddels een hele geschiedenis kent. Vooral in de Angelsaksische wereld zijn kunst, cultureel erfgoed en cultuur op uiteenlopende wijzen ingezet ter versterking van steden op economisch, fysiek of sociaal vlak. Maar ook daar komt men tot de conclusie dat fysieke, sociale, economische én culturele interventies juist dan krachtig zijn als ze geïntegreerd worden. Aansluitend bij de thematiek van KantineOost, kunnen we stellen dat we, met deze schat aan (inter)nationale ervaringen met culturele interventies, onze wijken kunnen laten GROEIen én BLOEIen: ze laten wijken als knoppen ontluiken en zijn zo de voorbode van toekomstig opener en nieuwsgieriger wijken.
[1] Trienekens, Sandra, Willemien Dorresteijn & Dirk Willem Postma (2011) Culturele interventies in Krachtwijken. Amsterdam: SWP.
















































“Flink wat aarde erbij en giet er maar water over!” Al een jaar lang kweken buurtbewoners, jong en oud, 111 nieuwe bomen voor het Reinaldapark in tuintjes, op balkons en schoolpleinen in Haarlem-Oost. Vandaag was het tijd om de bomen in een grotere pot te zetten. Zo kunnen ze weer een jaar flink doorgroeien. En wel onder de hoede van 222 zorgzame ‘kwekers’. Want iedereen die het afgelopen jaar voor een boom zorgde, mocht zijn of haar boom nu doorgeven aan iemand die hij kent. Zo gaf wethouder Rob van Doorn zijn boom door aan meneer Klein, die nu in zijn geboortehuis woont.



























